Kier

Zachtjes tikt de wekker. Waarom duld ik dat geluid toch naast me? Het is een dunne gedachte die niet stoort of zeurt en ik laat hem gaan. Diep in mijn oren ruist een beek. Ik beweeg een been, voel de kilte van een nog onverwarmd deel van de matras en schuif het been weer terug. Wakker worden wil ik niet en ik omzeil de daggedachten die klaar staan om me te bespringen. Terwijl ik van ze wegkijk, draai ik op mijn andere zij en trek het dekbed strak rond nek en hals zodat er geen koude kieren zijn. Dan zoek ik naar de slaap, laat los wat ik nog denk en reis in golfjes naar mijn voeten, voel mezelf verloren raken. Nooit, nee nooit kwam ik er aan.