Hondenwacht

‘Tijd, het is tijd, over 5 minuten begint jouw wacht, wakker worden, opstaan!’ Ik schommel woest heen en weer in mijn bed. De boot kraakt en de golven spoelen hoorbaar langs de romp van de boot. Buiten giert de wind door het want en er klappert soms een zeil. Het ongeschoren hoofd van de schipper lacht me toe. Ik hang half in een spanzeiltje langs mijn kooi dat ervoor zorgt dat ik niet uit bed kan vallen. Kleren. Waar zijn mijn kleren. Naast het kussen weet ik mijn muts. Hij voelt wat klam als ik hem opzet. Aan het voeteneind mijn sokken. Ik trek mijn knieën op en schuif mijn benen uit de slaapzak en terwijl de kou langs mijn huid strijkt, trek ik mijn sokken aan, eerst de linker, dan de rechter. Ernaast op een prop weet ik mijn broek, liggend werk ik me erin. Mijn T-shirt heb ik nog steeds aan. Wordt dit de derde dag? Ik slinger mijn benen over het spanzeiltje en grijp me terwijl ik ga staan vast aan de stang naast mijn bed. Als de boot in een golfdal smakt, draai ik om mijn as en en laat me vallen op de bank waar mijn zeilpak ligt. De ademende kunststof ritselt als ik de regenbroek tot over mijn knieën trek. Even sta ik op om balancerend op een been de broek omhoog te krijgen en de bretels over mijn schouders te hijsen. Waar zijn mijn laarzen. Ik laat me op de hellende kajuitvloer zakken en glij over het gladde hout naar de lage kant van de boot. Op de tast vind ik mijn laarzen tussen een boek, drie paar bootschoenen, een pen en een vermiste zonnebril. Met mijn laarzen in mijn linkerhand worstel ik mezelf terug omhoog. De laarzen zijn stroef en vochtig als ik ze aantrek, net als de zeiljas. Op de tast vind ik mijn zwemvest. Het ding voelt zwaar en vochtig en als ik het aantrek rammelen de snaphaken van de veiligheidslijn. Even duwen, dan klikt de sluiting vast. Met als steun de tafel, een ijzeren stang, de kaartentafel en het aanrecht stommel ik naar de deur en klots de vier treden van het trapje op. Het waait nog steeds 25 knopen zie ik op de plotter. ‘Koers 245 graden en ik heb het grootzeil wat meer twist gegeven. Goede wacht!’ Het is donker. Hier en daar knippert een baken. De wind jaagt de regendruppels fel in mijn gezicht.