Luchtalarm

In Duitsland klinkt het luchtalarm, zomaar op een donderdag in juni. Ik zit buiten op het terras achter het huis. Lekker uit de wind en in het zonnetje met mijn favoriete groene thee – de Gyokuro classic. Onwillekeurig kijk ik naar de lucht, maar vliegtuigen zijn er niet te zien. Ik kijk in de richting vanwaar het geluid komt. Min of meer zuidwest. Daar ligt Emlichheim op een kilometer of tien afstand. Even flitst het door mn hoofd dat ik misschien de enige overlevende zal zijn als ik nu wél naar binnen ga en ramen en deuren sluit en eraan denk de stekker van de ventilatie eruit te halen. Maar aan de horizon geen rookwolken, geen groen-paarse gifluchten. De bomen op de grens buigen van me af. De wind komt uit een veilige richting. Ik neem een slok thee. Het is stil. Alleen wat vogels fluiten. In de verte slaat de kerkklok twaalf uur.

Doorrrrrrrrrrrrrrr

Vandaag heb ik een ontvankelijk hoofd, alles wat ik hoor blijft hangen, she loves you yeah yeah yeah, de wereld draait doorrrrrrrrr, ohra direct geregeld, anyone who has a heart, vaste lage onderhoudsprijzen, het kakelt door elkaar tot ik er moe van ben, het kabaal spontaan vergeet en zowaar een enkel liedje hoor, yes the river knows.

Konijn

Met mes en vork eet ik een bordje sla met feta, appels en druiven. Enthousiast zeggen we tegen elkaar dat het lekker is – en dat is het ook. Dan dwaalt mn blik naar buiten. In het gras naast de schuifpui, bijna naast onze tafel zit een konijn te eten. Zonder mes en vork. Zonder regels en gewoontes. Hij snuffelt aan een paardebloem. Bijt de steel af bij de wortel en werkt-em als een spaghettisliert naar binnen. De gele bloem schuift hapje voor hapje naar de bijtgrage tandjes. Treuzelt bij het bekje, beweegt even heen en weer en verdwijnt dan naar binnen. Gedachtenloos leg ik met mn vingers een druif en wat feta op een blaadje witlof. Pak het met mn linkerhand, schuif het in mn mond. En zucht eens diep.

Even vrijlaten

Tok, tok, tok. Een vlinder fladdert aan de binnenkant langs de schuifpui. ‘Even vrijlaten’ denk ik en doe de schuifpui open. Er waait frisse lucht naar binnen. De vlinder duikt het gat in, vliegt omhoog en bevriest dan in de lucht onder de overhang van het balkon. Spartelt wat. Beweegt licht heen en weer als een boksbal op een springveer. Ik stap achter hem aan naar buiten en kijk omhoog. De vlinder zit vast in de buitenste draad van een prachtig spinnenweb. Even aarzel ik, maar de vlinder is me liever. Met mn linkerhand maai ik omhoog -een sprongetje erbij- en veeg een stukje uit het web. Het plakt aan mn vingers, samen met de vlinder. Met mn rechterhand pluk ik het spinrag weg. Onverwacht komt de vlinder los en valt naar de grond. Daar verdwijnt-ie, half nog in de kleverige draden, druk spartelend in het rooster van de regenwaterafvoer en ritselt nu onzichtbaar en onbereikbaar in het gootje tussen wat overgebleven, half verteerde herfstbladeren.

Kropsla

Een man tuurt aandachtig naar het opkomend groen en zegt ‘aj dit in de tuune hebt, kuj maar ien ding doen… verhuuzn.’ ‘Of opeten’ zeg-ik. Hij kijkt me verbaasd aan.
‘Ik heb gehoord dat zevenblad lekker is als sla’ leg ik uit ‘ik ga het straks proberen.’
‘Tja, aj zo begunt kuj alles we goan eetn’ zegt-ie ‘ze hebt toch zeker de kropsla nie veur niks uitvundn. ’